Page images
PDF
EPUB

Ten eind het geheim is bevat,
'Tis ons bederf dat fchrood den fchat.
Want yder graan by ons verteerd,
Wel duizend zynen hoop vermeerd.
Voor maagschap, gunfteling en fpien
Wel honderd kan hun niet voorzien.
Dus voor een giftje voortgebragt,
Verraan ons zelf en 't gantfch geflagt;
Want al de fchatten groot en klein,
Zyn onzen aarbeid in't gemein.

Willen z n reek'ning door gronden,
Den flimmen dief is uit gevonden ;
'T fchurk is gevonnift, en zyn' schat,
'T gemeine beft verdeelde dat.

150

At last this fecret is explor'd:
'Tis our corruption thins the board.
For every grain we touch'd at leaft
A thousand his own heaps increas'd.
Then, for his kin and fav'rite fpies,
A hundred hardly would fuffice.
Thus, for a paltry, sneaking bribe,
We cheat ourselves and all the tribe,
For all the magazine contains,

Grows from our annual toil and pains.

They vote th' account shall be infpected;
The cunning plund'rer is detected:
The fraud is fentenc'd: and his board.
As due, to public ufe reftor'd.

150

66

66

EULOGY, dedicated to the very zealous Profeffor of Languages, BALDWIN JANSON, on his Grammatical Rules and Beauties of the Dutch Language, in 1772.

[ocr errors]

WY laaten die 't begeert op zulke fchryvers

roemen,

Die hunne werken dus oppronken met veel bloemen, Ontleent uit ander 'tuins; dat zyn, die onze taal Ontluift'ren zonder nood; dewyl hun herfzen schaal, En brein te grof is om de fchoonheid t'overweegen Der ryk' hollandfche taal, of veel meer zyn geneegen Om haar te meng❜len met wat franfch of flegt latyn, Hun ftreelende hier door geleerd en wys te zyn.

De waarheid toont ons aan, met onzydige reden, Dat meefter Janfon's werk doorzaait met fchoonigheden

En regels onzer taal, zoo nut als noodig is

Voor 'talgemein, dewyl hy uit de duisternis,
In't ligt brengt 't noodigfte om de leerzugtige
grondig

En regelwys ons taal, zoo duidelyk als bondig,
Te leeren wel verftaan en fpreeken naa de konft;
Dat hy den eerften is, die vrouw natura's jonft,
In't taal geval niet heeft (zoo veele doen) begraaven
Om vriend te weezen niet d'eenvoud❜ge vlaamsche
flaaven

Van 't flegt en oud gebruik; maar die zoo waardig g'agt,

Dat

.

Dat hy met deeze gaaf heeft aan den dag gebragt, Het geen in onze taal zoo dienftig is als fchoone: Want 'tgeen begraaven fcheen, ftaat nu voor elk

ten toone,

Zoo leevende, dat het des kenders oog bekoord,
En ons gemoed zoo zagt als ftreelende doorboord,
Met yver fchigten, die ons noopen om de wegen,
Die hy geopend heeft met oeffening vlyt en zegen,
Vrymoedig te betreen, dewyl het ons behaagd,
Dat hy zyn ruft en tyd ten offer heeft gewaagd,
Uit liefde tot de taal, om duidelyk te doen blyken,
Dat zy in schoonheid voor geen taalen hoefd te
wyken;

Dat zy veel ryker is in woorden als 't latyn,
Of als het grieks en franfch; dat 't groeve geeften

zyn,

Die haar, nu lings, dan regts, doodpriemen in hun schriften,

Het zy met voordagt, of om dat in hun de driften En gaaven der natuur niet werken op iet, dat

Voor wetenschap en konft by wyze word gefchat. Doorblaaderd Janfon's werk, het zal u onderrigten, Hoe dat gy fpreeken moet, en wat gy hoeft te zwigten

Om't Hollands die ryke taal, van haaren zuiveren glans

Niet te berooven. Of zyt gy geneigd tot Frans,
Gy kond die regelen ook in dit boekje leeren.

Roemwaarden vriend dit doet, by ons, uw' lof
vermeeren,

Dewyl uw brein verstrekt tot voorbeeld vande jeugd, En ons omcingeld met een' ongemeene vreugd.

O redenryken geeft gy doet genoegzaam blyken, Dat uw diepzinnigheid voor niemands hoefd te wyken:

Gy mind ons ryke taal als eene tweede wet.
Dat dan 't onkundig oog 't geleerde niet befinet,

Dan

Dan zal de faam uw' lof door 't drift der wolken jaagen:

Gy hebt den nyd gedempt, het fchendziek hoofd geflaagen

Met worden fpits gemaakt op 't aanbeeld van natuur. Gaat voort, beweerd uw werk, den nyd woord door het vuur

Van de geregtigheid vernietigd, en haar' paalen
Dus ingetoomd, dat zy niet over houd als daalen
En ftronkelfteenen, die, vervremd van alle goed,
Tot ftraf verftrekken aan die haar in't harte voed.
Loofwaarden taalman die zoo wyzelyk en voorzigtig
Uw taalryk werk beschreef, om dat veel boeken
pligtig

Zyn van d'onweetentheid der leerzugtige jeugd.
Gy pord ons aan om dit uw t'offeren met vreugd,
Te meer, om dat wy zien hoe bondig gy verdedigd,
Dat uw en ons gemoed, tog, zonder fchuld ontvre-
digd,

En 't tegendeel bewyft, waar door dat gy betoond,
Een yver tot de konft, die wel mag zyn beloond.

ANTHONY VAN EEK..

« PreviousContinue »