Page images
PDF
EPUB

verschijning van deze romantische bearbeiding der geschiedenis onzer dagen. Dat de auteurs echter een zekeren dunk koesterden van het welslagen hunner schepping blijkt uit de opdracht: „à la mémoire d'Honoré de Balzac ce livre est respectueusement dédié." Tevens blijkt er uit, dat zij zich scharen onder de vanen der realistische romantiek, waarvan Honoré de Balzac de geniale aanvoerder is. Zij pogen den wondervruchtbaren en oorspronkelijken romancier te naderen in zijne belangwekkende gave van waarneming en studie der menschelijke hartstochten. Zij beproeven het eene parijsche vrouwenfiguur, Rolande, te scheppen, die naast Balzacs schoonste kreatiën, naast Mme de Mortsauf, naast Eugénie Grandet, vooral naast Mme Marneffe zou mogen geplaatst worden. Zij drijven hunne realistische methode daarbij zoo ver, dat zij niets aan de fantazie willen te danken hebben, maar alles uit de maatschappelijke en staatkundige geschiedenis van den dag overnemen.

Zoo althands getuigen zij zelven. Na eene zekere bizonderheid uit de achtbare parijsche waereld van den demimonde verhaald te hebben, verzekeren zij: „Ce petit crayon d'un coin de la vie parisienne éclaire bien des choses. Il permet surtout d'apprécier et de comprendre la suite de cette histoire, QUI EST DE TOUT POINT VÉRIDIQUE."

Op deze wijze wordt de historische waarde van „Rolande" tevens verklaard en, mocht men op letterkundig terrein gewichtige bezwaren hebben tegen eene zoodanige toepassing van het réalisme, de figuren, door de schrijvers ten tooneele gebracht, de feiten door hen medegedeeld, winnen er in belangrijkheid mede voor de studie van het nog altijd hier en daar geroemde tweede Keizerrijk. Natuurlijk valt er trots de verzekering der schrijvers

uit de in den roman verhaalde feiten wel geen streng wetenschappelijk betoog te voeren, maar in ieder geval is uit diezelfde feiten zeer goed op te maken, hoe de moraal der parijsche waereld er onder het tweede Keizerrijk heeft uitgezien.

Bladeren wij nu een oogenblik in „Rolande."

Het verhaal begint met eene teekening der wedrennen te Blois. 't Is bekend, dat de tweede Keizer met zijne engelsche sympathiën veel heeft bijgedragen, om de Parijzenaren tot vu

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

rige bewonderaars te maken van alles wat „races” betreft. De dolle weddingschappen en de daardoor veroorzaakte rampen hebben het zedelijk peil der parijsche waereld echter volstrekt niet verhoogd. De heeren Fervacques en Bachaumont zorgen tevens, dat niets aan het realismus van hunne beschrijving ontbreekt, zoodat de termen: sport, ring, bookmakers, pedigrees, performances, yearlings herhaaldelijk voorkomen. Onder de historische helden van den sport teekenen zij den Hertog van Hamilton, met zijn geruit rijbuis, den Hertog van FitzJames, Charles Lafitte, den Hertog de Fezensac, Graaf de Lagrange en andere grootheden, vermaard geworden bij de Derby-races en bij de courses de Chantilly.

Dit alles strekt verder, om de heldin der geschiedenis: de Gravin Rolande de Jarnailles aan de lezers voor te stellen.

De beschrijving van Rolandes schoonheid is wel naar den uitvoerigen trant van Balzac aangevangen, maar mist het pikant-geestige van dezen. Er wordt zeer veel gezegd, om ons te doen begrijpen, dat de Gruvin de Jarnailles blond was en blauwe oogen bezat. Van dit blauw wordt nog bizonder veel werk gemaakt

het blauw van den hemel, het blauw van de zee bij een heerlijken zomerdag en het azuurblauw, 't welk de schilders voor achtergrond gebruiken bij de hemelvaart der Madonna dit alles te zamen levert de tint van Rolandes oogen. Daarna wordt er gelet op den oogopslag, den hals, de handen, de voeten - een geheele inventaris. Alles moet bewijzen, dat de jonge dame van hooge afkomst is en de schrijvers haasten zich er nog een afdoend bewijs van te geven door ten slotte te zeggen: „Rolande a vait la taille plate, autre signe de race.” Met een

enkelen trek wordt het karakter der heldin geteekend. Zij is behaagziek, zelfzuchtig en heerschzuchtig. Als kind reeds vroeg ze aan de boomen in 't bosch, of ze goed gekleed was. Hare opvoeding ontving ze in het militair-adellijk instituut van Saint-Denis, waar zij door gunst van den Keizer in 1860 werd opgenomen. Hare ouders, van zeer hoogen maar verarmden adel, namen deze weldaad gaarne aan. In 't voorbijgaan zij gezegd, dat de heeren Fervacques

van

en Bachaumout uiterst bonapartistiesch gezind zijn en tot de voortdurende lofredenaars van het tweede Keizerrijk behooren.

Rolande werd weldra door haren vluggen geest en groote bekwaamheden de koningin van het instituut. Inzonderheid maakt zij diepen indruk op Ambroisine Marais, de dochter

een arm gesneuveld luitenant, een misvormd meisjen met een hoogen rug en doordringende zwarte oogen. Ambroisine, gehaat bij al hare medescholieren, vindt bescherming en vriendschap bij Rolande. Van daar eene slaafsche aanbidding, eene afgodische vereering bij de arme luitenantsdochter voor de jonge, schoone gravin. Toen Rolande uit Saint-Denis vertrok, scheen Ambroisine krankzinnig te zullen worden, sints onderhielden zij eenę levendige briefwisseling.

Aan de bizonderheden van Rolandes leven op het slot Jarnailles, na den dood haars vaders door de familie van een oom geërfd, besteden de schrijvers veel zorg. Zij teekenen het slot met zooveel nauwkeurigheid, dat er aan de historische juistheid niet kan getwijfeld worden. Een enkel détail zal het bij uitnemendheid fransche standpunt der schrijvers doen uitkomen: in het salon van het kasteel Jarnailles is eene pianino uit de fabriek van Pleyel, „daar naast een muziekkistjen van zwart perenboomhout vol partitiën; op den lessenaar voor de pianino waren twee cahiers met melodiën van Gounod, de oostersche gedichten van den Pers Mirza Jaffy, met zangwijzen voorzien door Anton Rubinstein benevens andere stukken van dien grooten onbekende, welken men nu eerst leert kennen en die Robert Schumann heet.” Zeer aardig is „de Pers Mirza Jaffy" de firma Fervacques & Bachaumont schijnt onbekend te zijn met den pseudoniem van Friedrich Bodenstedt: Mirza Schaffy en tevens van de europeeschen roem, door Robert Schumann gewonnen. Het is den Bonapartisten waarlijk niet euvel te duiden, dat zij de geschiedenis der duitsche kunst niet kennen; zij kenden in den oorlog van 1870 zelfs den weg niet in hun eigen vaderland.

Na Rolandes terugkomst op het slot begint de roman. Eerst doet zich een neef voor, een knap jonkman , de Hertog de Chastaix, die Rolande zeer gaarne tot echtgenoote zou begeeren, als zij meer vermogen had bezeten, maar de oude gravin kon hare dochters niet meer ten huwelijk geven dan 50,000 frs en, „cela ne faisait pas l'affaire du duc, encore moins celle de sa mère", eene zeer verheven redeneering van zuiver fransch gehalte. In de tweede plaats komt de Sous-préfet van Vendôme, de zoon van den minister van Financiën (Magne) die echter den naam draagt van Edmond Leroy. Ook deze wil Rolande huwen, maar zijn vader verzet zich tegen hunne verbindtenis.

Reeds hier openbaart zich een zeer eigenaardige trek in het karakter der knappe Rolande. Als Edmond Leroy haar met groot leedwezen verhaalt, dat zijn vader zich tegen hun huwelijk verzet, omdat eene echtgenoote met gering fortuin Edmonds carrière zou bemoeilijken andwoordt ze deze merkwaardige woorden:

„Luister! wees man en laat ons kalm spreken. Ge hebt me lief, hebt ge gezegd, ik geloof u. Bewijs het mij. Ik kwijn hier weg. Mijne moeder begrijpt me niet en mijne zuster, die volmaakte dame, wier deugden elken dag geprezen worden, is mij hatelijk. Ik wil weg. Laat ons te zaam gaan!"

Maar Edmond Leroy is nog genoeg rechtschapen man, om dit aanbod van de hand te wijzen.

Nu komt eene onverwachte erfenis van een verren bloedverwant, den markies de Montfaucon, die zijne twee miljoenen aan de oudste dochter der gravin de Jarnailles vermaakt heeft. Aanstonds wordt er nu een huwelijk tusschen Rolandes oudere zuster Edmée en den Hertog de Chastaix ontworpen. De finantiëele skrupulen van den jongen edelman zijn nu natuurlijk verdwenen. Rolande ontvangt ter zelfder tijd een brief van Ambroisine, die zich aanbiedt, als „femme de charge" en haar adres te Parijs opgeeft. Het huwelijk van den Duc de Chastaix met de twee miljoenen van Edmée wordt luisterrijk gevierd. Des avonds echter is Rolarde voor goed uit het kasteel verdwenen.

9

II.

en

Zij had zich, terstond na het huwelijk van hare zuster, naar Blois begeven, onder voorwendsel dat zij een oude tante, „la Chanoinesse de Gouëzéc" eene beschrijving moest geven van de huwelijksfeesten. Iedereen had dit zeer natuurlijk gevonden en zoo was de jonge dame onverzeld naar Blois gereisd, waar zij voor den nacht haar intrek nam in den Lion-d'or. Is deze bizonderheid wederom zuiver historiesch, dan werpt zij een zeer eigenaardig licht op de zeden en usantiën van den hoogen adel onder het tweede Keizerrijk.

Belangrijke gebeurtenissen grijpen te Blois plaats. Toen Rolande de trap van het hotel wilde opstijgen, kwam een menigte huzaren-officieren uit de eetzaal van het hotel, waar zij een feest hadden gevierd. De knapste huzaar van het regiment, Martial de Nancré: „un de ces raffinés à la moustache croc à laquelle se pendent en brochette les coeurs féminins dans les villes de garnison" en France, mag men er bijvoegen Martial de Nancré was tot ritmeester bevorderd. De heeren hadden ruimschoots geofferd aan wat men in de 17de eeuw Bacchus noemde. Zij wilden hunnen avond verder vriendschappelijk in hun gewoon krijgshaftig koffiehuis doorbrengen en bleven een oogenblik zwijgend de gestalte van Rolande nastaren, toen zij de trap van het logement opsteeg.

De heeren huzaren worden vervolgens door Martial de Nancré op punch onthaald. Als ze vertrekken, worden we door de auteurs verwittigd: „Nancré était absolument gris.” De mededeeling is volledig overbodig, maar wordt met opzet vooruitgeschoven, omdat men eene verontschuldiging noodig had voor de stuitende feiten, die volgen zouden. De oude majoor Guiscard, een ritmeester Trévenec en Martial de Nancré wandelen huiswaart. Zij komen voorbij den Lion-d'or. Guiscard herinnert aan Rolande. Er wordt eene laaghartige weddingschap aangegaan, die geene

die geene verdere beschrijving behoeft. Het rezultaat is, dat Nancré eenige oogenblikken later in 't bezit is van eene blonde hairlok ....

De firma Fervacques & Bachau mont schijnt niet

[ocr errors]
« PreviousContinue »